“Snel bouwen is niet genoeg”
In 2030 moet de helft van alle nieuwbouwwoningen in Nederland industrieel gebouwd worden. Gemeente Bernheze ziet daar zeker kansen in. Maar volgens projectleider woningbouw Laurens Schwiebert draait het niet alleen om snelheid. “Het begint bij soepelere regels.”
In Nistelrode realiseerden we onlangs het eerste RAP10-project: 40 flexwoningen voor woningcorporatie Mooiland. Volgens Laurens laat het project goed zien waar modulaire woningbouw sterk in is. “Deze manier van bouwen zorgt voor minder overlast, minder logistieke en uitvoerende werkzaamheden op en rond de bouwplaats en een snellere oplevering.”
“Maar over een paar jaar 50% van de nieuwbouwwoningen ‘uit de fabriek’?”, vervolgt hij. “Dan is snel bouwen niet genoeg. Als we echt willen opschalen, moeten planologische procedures en wet- en regelgeving ook sneller.”
Blij met flexwoningen
Laurens is blij met de flexwoningen in Nistelrode. Voor alle partijen. “Tientallen mensen die dringend een huis nodig hadden, zijn geholpen”, zegt hij. “Met een solide en bouwkundig goede woning, die ook nog eens demontabel is. Over vijftien jaar kan Mooiland ze weer verkopen of herplaatsen. Zo ontstaat er een vrij haalbare businesscase voor de woningcorporatie. Het is voor iedereen fijn dat er vanuit dezelfde samenwerking in Heesch binnenkort nog eens 29 woningen volgen.”
Complexe regelgeving
Het succes van RAP10 betekent volgens Laurens niet dat de landelijke doelstelling haalbaar is. “Zolang planologische trajecten bij bouwprojecten niet korter zijn dan vijf tot tien jaar, blijven het droombeelden”, zegt hij. “De wet- en regelgeving is veel te complex. Typegoedkeuring voor modulaire woningbouw zou een goede stap in de juiste richting kunnen zijn. Omdat een woningtype dan vooraf technisch is goedgekeurd, verloopt het vergunningstraject per project aanzienlijk sneller. Maar zelfs dan zijn we er nog niet.”
Diversiteit in architectuur
Een andere voorwaarde is volgens Laurens dat woningfabrieken stappen zetten in techniek en design. “Nu zijn ze nog gericht op standaardisering. Maar daarmee schieten we stedenbouwkundig tekort. Voor permanente woningbouw is diversiteit in architectuur en materiaalgebruik belangrijk. Ik geloof wel dat modulaire bouwers zoals Barli dit voor elkaar kunnen krijgen. Ze hebben veel in hun mars.”
Kansen voor industriële woningbouw
In 2030 de helft van alle nieuwbouw industrieel? Dat blijft voor Laurens een utopie. Maar kansen op een groter aandeel dan nu ziet hij zeker. “Zowel bij binnenstedelijke projecten als bij uitbreidingsplannen”, zegt hij. “En dus al helemaal als de wet- en regelgeving wordt aangepast, er voldoende plekken zijn waar gebouwd mag worden en woningfabrieken zich blijven ontwikkelen.”
"Dit voelt echt als een buurt"
In Nistelrode hebben we niet alleen gekeken naar de woningen, maar ook naar de openbare ruimte eromheen. Volgens projectleider openbare ruimte Robin van ’t Veer (gemeente Bernheze) is dat belangrijk voor het thuisgevoel van bewoners.
“De woningen staan in twee blokken naar elkaar gericht, met ruimte voor groen, bankjes en ontmoeting. Hierdoor voelt het niet als een tijdelijke locatie, maar echt als een buurt. Daarom hebben we bestrating, parkeerplaatsen en verlichting meteen meegenomen in de uitvoering. Groen volgt later in het plantseizoen, zodat bomen en planten ook echt aanslaan. Als dat erbij komt, gaat de plek nóg meer leven.”
Meer nieuws
Bekijk het overzicht
