Hoofdinhoud

Het imago van woningen uit de fabriek: positiever dan vaak gedacht

Het belang van industrieel bouwen groeit snel, juist omdat deze bouwmethode kan bijdragen aan het versnellen van de woningproductie. Nieuw onderzoek in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), laat zien dat dit zowel woondeskundigen als het brede publiek veel positiever oordelen over fabriekswoningen dan vaak wordt verondersteld.

Mooi of lelijk? Het ontwerp telt, niet de bouwwijze

In het onderzoek Het imago van woningen uit de fabriek kregen respondenten telkens twee woningen te zien: één traditioneel gebouwd en één industrieel vervaardigd. De vraag was simpel: welke is mooier? De uitkomsten laten zien dat het oordeel vooral wordt bepaald door het ontwerp, de materialen en de uitstraling. De bouwwijze speelt daarin nauwelijks een rol. Sterker nog: industrieel gebouwde woningen werden iets vaker als mooier beoordeeld dan traditionele woningen. Onder deskundigen gebeurde dat in 54 procent van de gevallen, onder het brede publiek in 60 procent.

 

Ook het onderscheid tussen beide bouwmethoden blijkt lastig te maken. Slechts een kleine meerderheid van de respondenten wist correct aan te geven welke woning uit de fabriek kwam: 61 procent van de deskundigen en 56 procent van het publiek. In ongeveer twee op de vijf gevallen zat men er dus naast. Dit onderstreept dat moderne fabriekswoningen visueel nauwelijks te onderscheiden zijn van traditionele woningbouw.

 

Brede acceptatie

De resultaten sluiten aan bij de ontwikkeling in de sector, waar de kwaliteit van industrieel bouwen de afgelopen jaren sterk is toegenomen. Woningen uit de fabriek zijn duurzaam, goed geïsoleerd en hebben een levensduur die vergelijkbaar is met die van traditioneel gebouwde woningen. Het onderzoek laat zien dat als de kwaliteit van ontwerp en inpassing op orde is, fabriekswoningen breed geaccepteerd worden.

 

De belangrijkste les is dan ook dat niet de bouwwijze bepaalt hoe een woning wordt gewaardeerd, maar het ontwerp. Industrieel bouwen biedt daarmee een volwaardig alternatief voor traditionele woningbouw – mits er voldoende aandacht is voor architectuur en ruimtelijke kwaliteit.

 

Download de publicatie via Platform31

Maak conceptueel bouwen meer contextueel

Gelijktijdig met de publicatie van de onderzoekresultaten, verscheen het essay 'Woningen uit de fabriek? Of niet?' van Ben van der Meer en Michiel van Driessche, de stadsbouwmeesters van Groningen. Hun pleidooi: begin niet bij het bouwsysteem maar bij de stad. Stedenbouw en ruimtelijke ordening moeten leidend zijn, in plaats van snelheid en kostenreductie.

 

Wat Van der Meer en Van Driessche betreft is het debat over conceptueel bouwen te veel vernauwd tot een gesprek over aantallen en processen en gaat het te weinig over de plek waar de fabriekswoningen precies landen, in steden en dorpen. Het is een geluid dat eerder te beluisteren viel in de Werkplaats ‘Industriële en Conceptmatige Woningbouw’ van de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit en de campagne 'Het verhaal van de plek' van Netwerk Conceptueel Bouwen.

 

Benieuwd naar de observaties en aanbevelingen van de stadsbouwmeesters?

 

Lees 'Woningen uit de fabriek? Of niet?'

Foto's Juf Nienke: Stijn Poelstra

Bron tekst: Platform31 en Gebiedsontwikkeling.nu

Meer nieuws

Bekijk het overzicht
Nieuwsoverzicht